Een oog bestaat uit verschillende onderdelen die samenwerken om goed te kunnen zien.

Oogleden: Oogleden beschermen onze ogen tegen uitdroging, vuil, en fel licht. Elke dag knipperen we ongeveer 20.000 keer. Door te knipperen blijven onze ogen vochtig, dit voorkomt uitdroging. Knipperen doen we, net als dichtknijpen in een reflex.

Oogwit: Het oogwit zorgt voor de stevigheid van het oog. Het oogwit is de buitenste laag van het oog en gaat over in het hoornvlies.

Hoornvlies: Het hoornvlies is het doorzichtige gedeelte aan de voorkant van het oog. Licht valt door het hoornvlies ons oog binnen. Het hoornvlies werkt als een soort lens. Het hoornvlies bevat geen bloedvaten dus er is geen toevoer van zuurstof en voedingsstoffen. Omdat het hoornvlies wel zuurstof nodig heeft, haalt het dit uit de buitenlucht. Daarom is het voor mensen met contactlenzen belangrijk dat de lenzen voldoende zuurstof doorlaten.

Iris: De iris zorgt ervoor dat de juiste hoeveelheid licht in het oog valt. De iris is een kringspier die de pupil kan vergroten (bij weinig licht) of verkleinen (bij veel licht). Daarnaast is de iris (ook wel regenboogvlies genoemd) bepalend voor de kleur van het oog.

Pupil: De pupil is de opening in de iris waar het licht invalt. Als er veel (fel) licht is wordt de pupil kleiner. Bij minder licht vergroot de pupil.

Ooglens: Achter de pupil zit de ooglens. De ooglens en het hoornvlies werken samen om binnenkomende lichtstralen te projecteren op het netvlies. Dit is nodig om scherp te kunnen zien. Om zowel dichtbij als veraf goed te kunnen zien, past de lens de bolling aan.

Voorste en achterste oogkamer: De oogkamers bevinden zich tussen het hoornvlies en de iris (voorste oogkamer) en achter de iris bij de lens (achterste oogkamer). Beide kamers zijn gevuld met oogvocht. Oogvocht zorgt voor de toevoer van zuurstof en voedingsstoffen.

Glasvocht: Achter de ooglens zit een holte die gevuld is met glasvocht. Glasvocht zorgt dat het oog zijn ronde vorm behoudt. Dit is belangrijk voor een juiste breking van het licht (en dus voor goed zicht).

Netvlies: Het netvlies zorgt ervoor dat de geprojecteerde beelden omgezet worden in elektrische signalen. Deze signalen worden via de oogzenuw doorgestuurd naar de hersenen.

Vaatvlies: Het vaatvlies ligt tussen het netvlies en het oogwit. Dit vlies bestaat uit kleine bloedvaten die het oog van voeding voorzien. Het vaatvlies gaat over in de iris.

De gele vlek: De gele vlek (macula) bevindt zich op het netvlies en zorgt ervoor dat we fijne details kunnen zien. Hoe goed we dit kunnen, wordt uitgedrukt in gezichtsscherpte.

Oogzenuw: De oogzenuw (een verzameling van zenuwvezels) zit aan de achterkant van de oogbol. De zenuwvezels geven een signaal af dat via de oogzenuwbaan wordt doorgegeven aan de hersenen.

Traanklier: De traanklieren zitten aan de buitenkant boven het oog. Traanklieren maken traanvocht aan. Dit vocht wordt over het oog verspreid als we knipperen. Zo worden onze ogen beschermd tegen uitdroging.

2022-06-27T14:48:52+02:00
Ga naar de bovenkant